Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10—20000 op. Bij 65 carcinoompatiënten vermeerderde het in 61 gevallen met 50 tot 350 °/0; slechts bij 4 bleef het aantal gelijk of daalde iets. Uit zijn mededeelingen is echter niet op te maken, of dit bizonder zieke personen waren.

V. DECASTELLO en KRJUKOFF ') spoten subcutaan 10°/o gelatineoplossingen in en zagen daarna gewoonlijk leukocytose optreden (10-20000). Van 4 patienten met carcinoom hadden 3 reeds vóór de infectie een matige leukocytose, die na de gelatinetoediening niet toenam, 2 anderen kregen een matige vermeerdering der witte bloedcellen. Twee gevallen van beenmergcarcinosis gaven weinig of geen reactie. Aangezien zij ook bij zwaar zieke lijders aan tuberculose of sepsis weinig gevolgen van de gelatineinspuitingen zagen en hoogstens abnormale reacties in den vorm van het optreden van myelocyten of myeloblasten in het bloed, meenen zij te kunnen besluiten tot een insufficientie of bizondere vermoeidheid van de medulla, zelfs al werd post mortem rood merg in de pijpbeenderen gevonden.

Dat bij het carcinoom betrekkelijk gemakkelijk leukocytose opgewekt kan worden, zooals door RENNER is geconstateerd, verbaast ons niet, aangezien het bekend is, hoe dikwijls bij sterke kankeranaemie een meer of minder duidelijke vermeerdering der witte bloedlichaampjes wordt gevonden; daaruit blijkt reeds het voldoend reactievermogen van het myelocytenapparaat. De toediening van bizondere stoffen, om dit nog nader te onderzoeken, schijnt mij dus wel overbodig en is dan ook door mij nagelaten. Te meer geldt dit, omdat wij door deze methoden omtrent de functie van het erythrocytenleverend merggedeelte niet nader worden ingelicht.

Bestaan er echter stoffen, die dit apparaat prikkelen en daardoor voor functioneele diagnostiek in aanmerking komen?

Men zou geneigd zijn hier in de eerste plaats aan het

') Medizinische Klinik, 1911.

Sluiten