Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ijzer en het arsenicum te denken als middelen, wier uitstekende werking bij anaemiën sinds lang welbeproefd is. Staat dit gunstig effect vast, nog steeds is men het er niet over eens kunnen worden, waaraan deze invloed is toe te schrijven. Het is hier niet de plaats om op dit veel omstreden vraagstuk in te gaan. Bij de onzekerheid omtrent de preciese werkingswijze dezer geneesmiddelen is het natuurlijk echter niet geoorloofd hen te gebruiken als stoffen, die ons bij een onderzoek naar het regeneratievermogen van het beenmerg van dienst kunnen zijn.

Voorloopig ontbreekt het ons dus aan de stof, die aan het hier gestelde doel beantwoordt.

In het dier experiment is het gemakkelijker. Men wekt op de een of andere wijze bloedarmoede op en gaat, nadat de oorzaak is weggenomen na, hoe snel de regeneratie tot stand komt.

De schadelijke invloed van allerlei factoren op het beenmerg kan op deze wijze worden onderzocht.

Deze handelwijze is uit den aard der zaak bij den mensch zelden toe te passen. Aan pogingen daartoe heeft het desalniettemin niet ontbroken.

BlERFREUND ') heeft voor jaren in de kliniek van MlKULICZ aan een zeer groot aantal gevallen nagegaan, hoe snel het haemoglobinegehalte van de patiënten na een bij hen verrichte operatie steeg. Vergeleken werden op deze wijze aan den eenen kant patiënten met de een of andere aandoening, die te voren geen invloed op den algemeenen lichaamstoestand had gehad (fracturen, verwondingen, herniae,) tegenover personen die reeds langer dragers van een sleepende ziekte waren (tuberculose, syphilis, goed- en kwaadaardige gezwellen). Het haemoglobinegehalte werd vlak vóór de operatie en vervolgens een zeker aantal dagen daarna bepaald.

') Archiv. f. klin. Chirurgie, Bd. 41, 1890.

Sluiten