Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij 37° laat staan, kan men soms waarnemen, dat de helroode kleur van het oxyhaemoglobine langzamerhand verdwijnt en voor een donkere, soms wijnroode tint plaats maakt. Waaraan is dit verschijnsel toe te schrijven ? Onderzoekt men na afloop der proef volgens de zoo aanstonds te beschrijven methode van HALDANE en BARCROFT, hoeveel oxyhaemoglobine nog aanwezig is, dan blijkt deze hoeveelheid in deze gevallen merkbaar verminderd.

Methaemoglobinevorming is hierbij, als men tenminste voor volledige luchtafsluiting zorg draagt, niet of zoo weinig, dat het in dezen van geen beteekenis is, in het spel. Wordt het bloed, nadat het blootgesteld is geweest aan de temperatuur van 37° opnieuw flink met lucht geschud, dan wordt dezelfde O-capaciteic gevonden, als te voren kon worden vastgesteld. Ook laat zich bij spectroscopisch onderzoek na het verblijf in de broedstoof geen methaemoglobinestreep aantoonen.

De oorzaken voor de vermindering van het O-gehalte moeten dus elders liggen.

Vooreerst weten wij uit de zuurstofdissociatiecurve van het haemoglobine bij verschillende temperatuur, zooals deze door BARCROFT1) e.a. is vastgesteld, dat bij hoogere temperatuur minder O gebonden wordt dan bij lagere. Aangezien de bloedemulsies bij + 15° met O zijn verzadigd, zullen zij bij 37° een gedeelte van de zuurstof prijsgeven. Deze hoeveelheid is echter gering, zoodat het temperatuurverschil alleen zeker niet aansprakelijk gesteld kan worden voor de soms waar te nemen geweldige afname van het O-gehalte, zooals nader uit aanstonds weer te geven getallen zal blijken,

Vervolgens kunnen er in de roode bloedlichaampjes tijdens hun verblijf in de broedstoof zoodanige veranderingen optreden, dat daardoor het O-bindend vermogen afneemt. De onderzoekingen van BARCROFT en zijn medewerkers toch

') The Respiratory Function of fhe Blood, 1914.

Sluiten