Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III. V. H., Ca ventriculi.

Max. capaciteit: 5.573 %•

O-gehalte na verblijf in de broedstoof 4.916 %• Geen O-verbruik.

Aantal Leukocyten 2350.

Volgens ITAMI moet men gemiddeld 0.1 % voor het O-verbruik per 1000 Leukocyten per mM3 in rekening brengen. Ik heb mij aan dit cijfer gehouden, ofschoon het, zooals uit de juist weergegeven getallen blijkt, eerder te hoog dan te

laag geschat is.

In 't algemeen bleek bij de dierproeven het O-verbruik der roode bloedlichaampjes ongeveer paralel te loopen met den graad der anaemie. Duidelijk verschil bestond echter tusschen anaemiën, opgewekt door aderlating en die veroorzaakt door inspuitingen met phenylhydrazine. De volgende cijfers illustreeren dit feit, waarbij de ernst der bloedarmoede bij beide groepen van experimenten weinig verschilde:

O-verbruik bij aderlating: 37 %, 63 %, 58 %, 43%. bij phenylhydrazinevergiftiging: 60 %. 77 %• 100%, 74%. 66%. 73%.

ITAMI meende dit verschil toe te moeten schrijven aan het terugblijven in het lichaam in het laatste geval van de resten der ten ondergegane bloedlichaampjes, die dan opnieuw voor den opbouw der jonge erythrocyten zouden kunnen worden gebruikt, (vergel. blz, 94.) Spoot hij dan ook bij de aderlaat-konijnen de ontnomen roode bloedlichaampjes, na haemolyse, in de peritoneaalholte in, dan steeg het

O-verbruik duidelijk: 68%. 74%. 60 %, 70%.

Wij zien uit deze feiten, dat in het experiment bij verschillende vormen van anaemie klaarblijkelijk jonge erythrocyten in de bloedbaan worden geworpen. Omgekeerd kunnen wij, volgens deze proeven, uit een duidelijke „Sauerstoffzehrung besluiten, dat het merg tot voldoende regeneratie in staat is. Wij hebben op deze wijze in de bepaling van het O-verbruik

Sluiten