Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoozeer van die van de glycerine af als bij mijn proeven, waarbij ik gasmengsels moest analyseeren met een zuurstofgehalte van ongeveer 90 pet. Terwijl de bel in trechter 1 in aanraking is met glycerine, kan zuurstof uit de bel in de glycerine opgelost worden, waardoor een volumenvermindering ontstaat, waardoor het koolzuurgehalte zou stijgen. Bij de volgende 6 proeven worden de fouten, afhankelijk van de glycerine, geëlimineerd door weer eenzelfde groote hoeveelheid gas, zooals ik boven zeide ongeveer 7 c.M.3, in plaats van boven glycerine, boven aangezuurd water door trechter 1 te leiden; de uitkomsten zijn : 5,4 °/o, 5,2 °/o, 4,8 °/o, 4,8 °/o, 5,7 °/o en 5,3 °/o.

Het blijkt, dat tusschen het opvangen van een bel boven glycerine en de door mij toegepaste wijze feitelijk geen verschil bestaat wat betreft de nauwkeurigheid der uitkomsten. Het oplossen van zuurstof in glycerine speelt - dus praktisch geen rol. De resultaten zijn echter niet bevredigend. Daar het gasmengsel verbruikt is, bereid ik een nieuw:

Gasmengsel II: 379 cM.3 02 en 22 cM.3 COa.

Volgens bereiding bevat het dus 5,5 °/o COs. Bij de eerste 3 proeven wordt als absorptievloeistof 10 °/o loog gebruikt. De uitkomsten zijn: 5,8 °/o, 5,8 °/o en 5,9 °/o; de overeenstemming is goed, maar de absolute waarde schijnt te hoog. Ter controle wordt nu een bepaling gedaan met de gewone gasanalyse, waarbij sterke loog van ongeveer 30 °/o als absorptievloeistof wordt gebruikt. Eerst wordt de oplosbaarheid van zuurstof in deze loog nagegaan. Een kleine gasburet met een fijne verdeeling wordt verbonden met een gaspipet van H e m p e 1, gevuld met de sterke loog. In deze gasburet wordt zuurstof gebracht, die bij 15,0 ° en atmospherischen druk een

Sluiten