Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem is, van den dag en den nacht, van de zon en de maan- Hij erkent de jaargetijden en wil de reden weten van zijn derven in den winter en zijn zomersc en overvloed, van de herfstlijke afsterving en Van het opschietend zaad in 't lentegetij. Zon en maan zijn wel erg ver en als hemellichamen niet te ^grijpen. De naïeve gaat hen vergelijken met de gieren, die in zijn omgeving leven, en vereenzelvigt e zon met hoogvliegenden als de arend, met edel ..ndgemaanden a^s de leeuw, de maan met teere

■ le~n. van den nacht gelijk het hert, de haas, ja ln -^Uid-Amerika met de brul-aap. Zelfs in de kosmogonie, de leer der wereldvormingen, spelen de leren hun rol in primitieve systemen. De koe (Audhumbla) is in de Noorsche mythologie het Wezen, dat de aarde van den ijstijd bevrijdde. Toen e wereldstroom tot ijs geworden was, ontstond de oe Audhumbla, de koe met vier uiers, die den reus , mir en zijn geslacht van voedsel voorzag. Zij bei te een ijsblok en legde zoo den eersten avond het nootdhaar van een mensch vrij. Den tweeden avond ersc een een manshoofd, den derden avond kwam droeg06!) man te voorschijn, die den naam Buri

Een eigenaardige vorm van volksgeloof, dat een ïer a s oerschepper aanneemt, is de Indiaansche azen- osmogonie. Bij de Algonkins speelde de groote haas de belangrijkste rol in de scheppingsegende. Op het oerwater, waarover watervogels v ogen en dat eens heel de aarde bedekte, dreef een vlot dat door dieren bezet was. De haas was de tachtigste van hen. Deze beval eerst den bever en aaarna den vischotter om aarde van den bodem f^ar_boven te brengen; slechts de muskusrat ge-

Ernst Fuhrmann: „Das Tier in der Religion." ~

Sluiten