Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naamste dienaren. Artemis heeft het hert aan haar zijde en Pallas Athene de uil. Deze wordt daarna tot het symbool van het gebied, waarover de strenge godin heerschte: de wijsheid.

Het dier als godenbegeleider wordt voortgezet in de Christelijke middeleeuwsche heiligenverhalen. St. Joris kan men zich niet denken zonder den draak, dien hij bestrijden moet, St. Rochus zonder zijn hond, St. Antonius zonder het varken en St. Hubertus zonder het hert, dat hem waarschuwt geen dierenmoord meer te begaan. Het is moeilijk in mythologieën en diensten, sproken en legenden de plaats, die het dier er inneemt, te verklaren. Zooals wij echter in de taalwetenschap de beteekenisveranderingen van een woord kunnen opsporen en duiden, gelukt dit ons ook met de mythe en haar veranderingen in de geschiedenis en wanneer zij overgaat van het eene volk op het andere. Wel moet dit duiden met voorzichtigheid geschieden en men moet niet vergeten, dat wanneeer een legende in een nieuwen vorm ontstaan is, de oorzaak van dit ontstaan reeds dood kan zijn. Zoo lijkt het mij niet gewenscht, wanneer wij het sprookje van den wolf en de zeven geitjes moeten verklaren, in de geitjes de tijdelijke vormen van de maan te zien en in den wolf de wolk, die de maan verduisteren wil. Want in den tegenwoordigen vorm van dit sprookje zou deze oorzaak, zelfs als het waarheid bevat, reeds lang dood zijn. Andere, niet-mythologische wenschen van het volk worden in zulk een sprookje bevredigd. Men drukt erin de haat tegen het gevaarlijke dier van het Noorden, den wolf, uit en men stelt hiertegenover de liefde voor onschuldige nuttigen, de geitjes, met wier redding men blij was.

Wij en de Dieren 2

Sluiten