Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. HET DIER IN DE LETTERKUNDE

K herhaal de woorden van Reinhard Piper: ,,Das gesehene Tier ist unendlich viel alter als das gewusste." Dierschildering gaat de wetenschappelijke dierbeschrijving, doch ook de literaire, lang vooraf. Toch is ook het dier in de letterkunde, in drama, gedicht en verhaal, al heel oud. In de literaturen van Oud-Indië, Egypte, Perzië, Arabië, China en Japan wordt het dier en zijn leven bezongen en beschreven. Job, de Hebreeuwer, verheerlijkte het paard, en in den aanvang der Grieksche letterkunde staat Homerus' „Oorlog tusschen kikvorschen en muizen." De taal is rijk aan beelden, die ontleend zijn aan het dierenleven en de oude dierverhalen: Als de vos de passie preekt, boer pas °P je ganzen. Al draagt een aap een gouden ring, hij is en blijft een leelijk ding. Een ezel stoot zich niet tweemaal aan denzelfden steen. — Om nieuwe begrippen onder woorden te brengen, om voorwerpen, ook planten te benoemen, koos men een dierennaam, waarmee men ze vergeleek: schildersezel rammei-bok, stoel-poof; geitenmelk, wolfsklauw.

De eerste dierverhalen zijn nog zeer verwant met de behandelde diermythologie en putten hun onderwerp uit de folklore, de in omloop zijnde wonderbaarlijke verhalen over het dierenleven, over het rondzwerven van dieren te midden der menschen en de vermommingen van menschen in diergedaante en van dieren in menschenvorm. Zoo opent het beroemde middeleeuwsche vossen-epos zijn eerste ..branche" met een in Bretagne toen levend volksgeloof over de schepping. Tegenover ieder edel dier,

Sluiten