Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat God schiep, plaatste de Duivel een boos wezen. God schiep het schaap, Satan den wolf; God den hond, Satan den vos; God den haas, Satan het konijn en den bunzing.

In het vossen-epos is dit verhaal in zijn geheel overgenomen, slechts in dien geest veranderd — men was vrouwenverachter in deze dagen! — dat Adam Gods rol overnam en Eva die van den Hellevorst. Tot op heden trekken de oude dierlegenden, die misschien het godsdienstig leven van het volk ontspruiten, schrijvers aan, om ze weer eens na te vertellen. Niet slechts herdichtte Stijn Streuvels het oude vossen-epos, het wereldsche dierverhaal, Flaubert, de negentiende-eeuwsche Fransche schrijver, verhaalde, hoe Saint Julien 1'hospitalier de dieren eerst kwelde en bloeddorstig was, om, nadat ze hem in droom vervolgd hadden, te ontwaken tot een heilig en het bloed-vergieten verafschuwend man. Louis Pergaud, een jong gestorven Fransche dierbeschrijver van dezen tijd, heeft nog eens verhaald van St. Hubertus den wreeden, die op zijn weg het groote hert geplaatst zag, wiens gewei een vlammend kruis droeg, dat hem tot inkeer bracht.

Wij kunnen de dierenliteratuur in twee groote groepen verdeelen.

Er is een soort dierenletterkunde, die men wetenschappelijk de anthropo-morphistische noemt, de vermenschelijkende dus. Daartegenover staat de andere groep, die ik voor het gemak en zonder eenig verband met de waarde, die het woord gemeenlijk in de letterkundige geschiedenis heeft, de realistische noemen wil. Zij tracht ons het dier voor te stellen, zooals het leeft en handelt volgens onze waarnemingen.

Verdeelingen zijn noodig, maar ze zijn een nood-

Sluiten