Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zakelijk kwaad. Want niet altijd kan men scherp scheiden tusschen deze „anthropo-morphistische en de ..realistische" letterkunde. Ook wil het wel eens voorkomen, dat in een verhaal of gedicht, waarin het dier vermenschelijkt optreedt, meer observatie, scherper teekening van het dier zelf te vinden is dan in letterkunde, die zuiver-realistisch tracht te zijn en het dier zijn eigen gedaante wil doen behouden.

Zoo is een vermenschelijkte hond als de poedel Ponto van den Duitschen schrijver E. T. A. Hoffmann uit het begin der vorige eeuw een even typische hond, ondanks 't feit, dat hij als een mensch philosopheert, als Curwood's beroemde Kazan dit genoemd mag worden. De ervaring leert, dat dikwijls juist wanneer het als mensch wordt gestyleerd, het dier scherp zijn eigen werkelijken vorm vertoont, zooals een neger niet minder, misschien nog mèer neger zijn kan, in Europeesche galakleeding.

De realistische dierletterkunde is overigens slechts realistisch, omdat het des schrijvers bedoeling is, het dier dièr te laten. Zijn bedoeling! Want onwillekeurig vermenschelijkt men het dier steeds, hoe men het ook beschrijft; ook wel vereenvoudigt men het uit angst te ver te gaan. Ditzelfde verschijnsel valt op in de kinder-beschrijvende letterkunde der laatste jaren, waar in men kinderen te kinderlijk voorstelt, omdat een volwassene niet meer de goede maat heeft om het denken en combineeren en voelen van de kinderziel te bepalen.

Dan moet men zelfs in de realistische dierletterkunde het dier laten spreken of in woorden laten denken, omdat geen letterkunde zonder den zin leven kan. Wanneer men neerschrijft: „Meester

Sluiten