Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Stapt in maar, burgers, boeren!

Hier is de aap, die duizend kunst jes,

Duizend potsen uit kan voeren.

Buurman, ja, is bont van kleuren,

Rijk van huid, maar, lieve vrinden!

Rijk van geest is toch nog beter,

Dat is in dees tent te vinden.

Meester Gillis, neef en schoonzoon Van Bertrand, die in zijn leven Hofaap van den Paus mocht heeten, Arriveerde net zooeven In een wagen met vier paarden,

Enkel maar om u te spreken!

Want hij spreekt! hij danst, hij buitelt, Is volleerd in schalksche streken,

Kan ook door een hoepel springen,

Maakt de fijnste complimenten;

En dat alles voor één kwartjen,

Heere, neen! voor zeven centen!

En zoo iemand der aanschouwers Onvoldaan mocht zijn gebleven,

Dien zal ik de entree, meneeren, Met genoegen wedergeven!" *)

Geen ander dier zouden wij in La Fontaine's fabel voor dien gladden springer in de plaats kunnen stellen. Ook de leeuwerik in de fabel „De leeuwerik, zijn jongen en de boer", ware door geen anderen vogel te vervangen, want hier hebben we de kwieke ochtendlijke vlieger noodig, die zijn nest tusschen de korenaren maakt, hoog opstijgt, het land overziet en de jongen moet kunnen waarschuwen tegen de komende maaiers, de vogel, ingeburgerd in 't leven van de boerderij, van den land-

*) J. J. L. ten Kate's vertaling.

Sluiten