Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

°uw> van zaaien en oogsten. De moderne dierpsycholoog zou me hier misschien een ,,ho" toeroepen. Wet is de vraag, of de leeuwerik den tijd, dat de eren de zeis zullen gaan zwaaien, tracht te weten te komen. Nu ja, fabelliteratuur is geen dierpsychologische literatuur. Maar 't gaat erom, of voor ons menschen het verband tusschen de leeuwerik, het v.eld en de landbouw navoelbaar, opwekkend, ,,sfetisch is. En dat kan men bevestigen. Zoo zien we, dat er vermenschelijkende dierletterkunde is, waarin het dier slechts als ledepop optreedt en onverschillig welk dier de plaats van den makker kan innemen, t Is niet de beste soort. En dat er een andere soort antropo-morphiseerende dieren-letterkunde bestaat, die wel degelijk ook om der wille van het dierschilderijtje of het diertafereeltje deze broeders laat optreden.

_ Nog eens vraag ik me af, waarom vermenschelijkt men het dier? Het voornaamste genre, waarin we deze antropo-morphistische letterkunde ontmoeten, is de fabel. In de fabel willen we de menschen zichzelf beter leeren kennen; we zeggen ons zelf de waarheid door middel van dieren. Ook wel kleeden we menschen, die we aan de kaak willen stellen, in diergedaante, en dient dus de fabel als satyre. In latere tijden vinden we fabels, waarin we niet een menschenkarakter, maar zelfs een stelsel of een maatschappelijken vorm door middel van de dierfabel hekelen willen.

De menschen hebben bemerkt, dat dikwijls een indirecte aanvalswijze meer profijt brengt dan een directe. Wanneer een Beaumarchais Fransche zeden kastijden wil, dan laat hij in zijn Figaro-spelen Spaansche menschen optreden en Parijs wordt

Sluiten