Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beschreven zien, wien niets menschelijks nen 1 1S?..^ezens die dezelfde hartstochten kenmo en die we opsieren met veel grooter

die n ^an we die zelf bezitten; wezens,

w We allerlei kunnen laten verrichten en beleven, We van menschen niet zouden gelooven, om-

sY'lT^ £r te onvr« voor zijn en te vee' ons onm°-

&e ijk is. Dat is onze lust in het vermenschelijkte bl* vermenscbelijkte God. In hen hebben we

oedechte broeders, maar met verhoogde macht en ^gelijkheid geschapen. Een stil weten, dat er iets ,yzonders geschied is, dat we een geheim gelicht e ben, dat tenslotte de engelen, die we laten hane en als menschen, toch engelen blijven en de dieren toch dieren, verhoogt nog de bekoring; we heben tegelijkertijd -— om letterkundig te spreken, — romantiek met zijn bekoring van het verre en het reemde, het mystieke en ondoordringbare, terwijl we tevens de charme der realistische letterkunde smaken door dat we de dieren tevens als menschen, Haar kunnen begriiPen, dichtbij, fami-

We vergrooten ons menschen tot dieren en goden ™npnV<flkleinm te ge*üker tijd dieren en goden tot

unnen we terugkeeren tot de letterkundige genres, waarin het vermenschlijkte dier het meest optreedt. Fabel en Sprookje, en vooral in deze tijden een kind van t oude sombere dierverhaal en van moderne zielscomplexen, die Freud ons zoo duidelijk heeft uitgelegd: het satanisch dierverhaal.

De dierfabels zou ik willen verdeelen in moraliserende, menschentypen bespottende, sociaal-satirische en puur -vertellende fabels. Onmogelijk is

Sluiten