Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fénelon, neemt men soms het verschijnsel waar, waarop ik reeds gewezen heb: men kan het een of ander dier door welk ander ook vervangen; een fabuleeren alleen om der wille van moraal of satire, terwijl de dierbeschrijving zelf voor den schrijver geen aantrekkelijkheid schijnt te bezitten.

Van de vier fabelgroepen, die ik noemde zijn de satirieke, speciaal de algemeen satirieke het talrijkst. Meer nog om de menschen door de dieren te toonen, hoe ze werkelijk zijn, dan om de menschen tot betere daden en gedachten te brengen en ze zeden te leeren, werden er fabels gedicht.

Voorbeelden van fabels ,waarin ons een raad wordt gegeven, om zooals de dieren, of om niet gelijk de dieren te handelen, zijn niet heel talrijk. Salomo's spreuk ,,Ga naar de mieren, gij luiaard, en word wijs" — dus een raad aan ons menschen om een voorbeeld te nemen aan het werkelijke leven der dieren, dat is een zeldzaamheid in de oude letterkunde. Bij La Fontaine, waar ook het satirieke constateeren van menschelijke dwaasheden door hen met dieren te vergelijken meer dan moraalprediking en raadgeving te vinden is, treffen we toch ook dikwijls in de afzonderlijke verzen, die de fabel sluiten, „moraal" een directen raad voor ons medemenschen.

Nemen we de bekoorlijke fabel van den reiger, die nog geen eetlust heeft en daarom snoek en karper, die binnen zijn bereik zwemmen, rustig laat voorbijgaan. Een ietwat appetiet krijgt hij toch, maar zeelten, die nu aan de oppervlakte komen, acht hij geen eten voor een reiger, die zich respecteert. De eetlust groeit, maar een grondeling, die zich nu bijna aanbiedt, is toch werkelijk te min

Wij en de Dieren 3

Sluiten