Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor een reiger. En dan komt de honger in „vloed" opzetten. Geen visch is er meer te verschalken. De aristocraat op diëet, die zeelt en grondeling versmaadde, is blij een slak te vinden.

La Fontaine eindigt met een raad, die hij ons geeft:

„Laten we niet te moeilijk zijn! Die zich het meest kunnen aanpassen zijn de wijsten. Wie het onderste uit de kan wil hebben, valt het lid op den neus. Trek toch voor niets de neus op. Vooral niet als je ongeveer krijgen kunt wat je lust. Veel lieden zijn zoo erin geloopen. En niet tot reigers spreek ik: Luistert, liên naar een ander verhaal en merkt, dat ik bij u mijn lessen heb geleerd."

Algemeen satirieke fabels, die menschentypen, menschelijke ondeugden en karaktertrekken, menschelijke handelingen en omstandigheden uit 't menschenleven willen schetsen, die ons willen uitbeelden zonder te moraliseeren en die hiervoor de dieren kiezen, welke het meest op de menschen, die aan de kaak moeten gesteld worden, lijken, zijn het grootst in getal.

Neem ik als voorbeeld Gottlieb Konrad Pfeffel's bekende fabel: ,,De os en de ezel". Hierin wil Pfeffel twee kleinburger-domkoppen bespotten, die hun strijd niet zelf kunnen beslechten, zich beiden voor wijs houden en naar een groot heer gaan om te vernemen, dat zij beiden niet snugger zijn.Tevens leert ons de fabel, hoe dit letterkundig genre is gaan werken met dierlijke marionetten, met een verstarde en conventioneele dierpsychologie. Want het is een vraag, of os en ezel werkelijk zulke domme dieren zijn en of de leeuw inderdaad in intelligentie onzen hoefdragers de baas is.

Sluiten