Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

menschelijking van verschillende insecten. Kleine wezentjes als Puk de vlieg en Kurt de mestkever zyn heel nieuwe verschijningen in de dierenletterkunde. De hoofdpersoon van het werk, de bij Maja, 15 een ware sprookjesfiguur en haar karakter en konturen hebben niets meer gemeen met die der bijen. Het sprookje steeg op in 's dichters geest uit het weten, dat de bijen om de bloemen, die wij menschen zoo mooi vinden, zweven en dat zij zich voeden met honig, dat ons menschen zoo heerlijk smaakt en dat onder de zoete spijzen een voorname Waardigheid heeft. Toen nam de bij de gestalte van het bovenmenschelijke droomfiguurtje aan dat ook bij bosch en bloemen leeft. Zij werd tot de elf, terwijl zij omringd bleef door andere insceten, die naar de wijs van het vermenschelijkte dierverhaal wel voorzien werden van het karakter dat hun wanneer hun uiterlijk en levenswijze in het menschelijke wordt overgebracht, eigen schijnt te zijn. De bij Maja is één bij en niet dè bij, een vriendelijke zwerfster, terwijl de bijen georganiseerde regelmatige dieren zijn. Het is een menschelijke behoefte een enkeling tegenover zijn soort te plaatsen, hem er zelfs mee in tegenstelling te brengen. Terwijl de middeleeuwen de slimme vos, de booze vos uitschilderden, zou de moderne tijd, die sentimenteeler is en het afzonderlijke liefheeft, er toe neigen een edele vos, die alleen te midden der zijnen staat, te teekenen.

Ook Felix Salten heeft in zijn reeënboekje, ,,Bambi" op een eigenaardige, Weensch elegante wijze, welke soms wel wat gekunsteld aandoet, den werkelijken ontwikkelingsgang van een hertje saamgevlochten met de wording van een menschenkind, dat van speelsche kindsheid over puberteit tot wijsgeerig kluizenaarschap geraakt. Salten is zelfs van

Sluiten