Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar bij voor- of tegenstanders van den dierentuin is het 't dier in zijn romantischen vorm, dat boeit. De banneling, de gevangen Simson, de vreemdeling in bonte kleeren, de verpersoonlijking van ons eigen heimwee naar de verte en naar de primitieve tijden der menschheid. Zoo heeft hen Ch. G. D. Roberts in zijn „Kings in exile" beschreven: elanden en poema's als groote opstandigen, die niet in het gevangen zijn willen berusten en zich van andere dieren afwenden. Zoo kwijnt de leeuwin Ouara uit Demaison's ,,Le livre des bêtes qu'on appelle sauvages" weg in zijn kooi van den ..Jardin des Plantes", tegen welks gebrekkige inrichting de schrijver zich verzet. De liefdeskreet om vrijheid slaakte reeds de wolf uit La Fontaine's fabel ,,Le chien et le loup", wanneer hij, die zich eerst verkoopen wilde aan de menschen, de teekenen van den halsband om den nek van den dog ontwaart, die hem tot slavernij verleiden wil.

Meer nog noodt het romantische kader van het reizende circus den dichter, om het dier, door romantisch licht beschenen, uit te beelden. Ook eze romantiek kan afkeurend zijn en het circusdier as een tot nar gemaakten grootvorst voorstellen. Men kent Hildebrand's „Een Beestenspel" waarin mj, uitroept; ..Liever een museum dan een menagerie en het circus ,,een gevangenis, een oudemannenhuis, een klooster vol uitgeteerde bedelmonniken, een hospitaal, een bedlam vol idioten" noemt. En toch moet het mij van 't hart, dat Hildebrand meer gedeclameerd, romantisch gedeclameerd dan gekeken heeft. De leeuw is voor hem de „onttroonde koning", de „gekrompen reus", en om'hem te eeren wordt de tijger dwaselijk gekleineerd en

Sluiten