Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

man uit Artis, wiens gebrul, zooals trouwens het brullen van deze dieren in het algemeen, tot de meest onheilspellende geluiden behoorde, die mij als kind bevreesd maakten en als mensch somber stemmen. Het plotseling losbreken van de dieren uit Artis was als kind tusschen mij en mijn broers een onderwerp van gesprek; ook wie 's avonds alleen in dien tuin zou durven gaan en de „call of the wild" trotseeren, vroegen we ons af. Dan droomde ik van de algemeene losbraak van den dierentuin.

Die verbeelding nu, het losbreken der gevangen dieren, welke zich dan verbindt met een ander verbeeldingstafereel, het idee der dierenvergadering, dat we bij het ,,vermenschelijkte dier in de letterkunde" leerden kennen, komt in de letterkunde vaak terug. Dierenlosbraak, uitbraak, stoet, vervolging, steeds is het een soort tentoonstelling van al het gedierte der aard. En dit beeld lokt den mensch aan, omdat het hem doet huiveren van een angst, die niet ernstig is, wijl de mensch zich er van bewust blijft te „verbeelden" en niet te beleven. Ik noem deze vorm onzer verbeelding de „Noach'svoorstelling", omdat ik meen, dat reeds in het Noach-verhaal 's menschen behoefte eens alle dieren in al hun schrikwekkendheid en in al hun boeiende vormenrijkdom voor oogen te hebben, een rol speelt.

In een verhaal van Fritz von Unruh, dat door Klabund en Soffel in hun „Tierkreis" wordt overgenomen, vertelt de schrijver op vermakelijke wijze, hoe de dieren van de Berlijnsche „Zoo" losbreken en zich van de stad meester maken. Onze begaafde dierenteekenaar B. W. Wierink leende me eens een boek met door hem ontworpen fraaie prenten, welke tafereelen voorstelden van een uittocht der Artis-dieren, die verlost waren door een orang-

É

Sluiten