Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oetang. Bij zulke exodi der dierentuinen speelt altijd de aap met zijn beweeglijken duim een groote rol. Ook nog in een modern avonturenboek, „Gaukler und Bestien" van den fantast Joseph Delmont, wordt een losbraak van circusdieren beschreven, die gedeeltelijk door een kwaadaardigen baviaan bevrijd werden, gedeeltelijk loskwamen ten gevolge van een brand. Dat zulke branden en losbraken ook in de werkelijkheid vooral bij kleine menagerieën voorkwamen, versterkte nog met een hoogere mogelijkheid 's menschen verbeelding.

Op de reclame-platen van circussen prikkelt men graag onze verbeelding door van alle kanten de meest verschillende dieren te doen aansnellen: olifanten werpen de slurf de hoogte in, giraffen kijken nieuwsgierig uit boven buffels met neerhangende stootkoppen en steigerende kameelen. In Carl Hagenbeck's autobiographie „Van dieren en menschen" kan men een reproductie vinden van een teekening, die Hans Oberjander in 1893 in de ..Fliegende Blatter" plaatste: „Hagenbeek komt". Een vlakte, die op een kokosbosch uitkomt. In de verte rolt Hagenbeck's wagen naderbij. En apen schieten in de boomen, giraffen, olifanten, nijlpaarden, tijgers, leeuwen, struisvogels, pelikanen, zebra's, antilopen snellen het bosch in.

De wilde dierenstoet in dienst van een heiligenverhaal ontmoeten we in Flaubert's „La légende de Saint Julien 1'hospitalier", waar de dieren den wreeden jager, die hun soortgenooten zoo wellustig moordde, achtervolgen, alleen maar achtervolgen. >>De hyena's liepen vóór hem, de wolf en de ever achter hem. Rechts ging de stier met schommelenden kop; links van hem golfde de slang door 't gras, terwijl de panter met hooggespannen rug flu-

Sluiten