Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V. HET SCHOONE DIER

DE jonge menschheid heeft reeds de schoonheid der dieren gezien en in de plastische kunsten geëerd. Voor de beeldhouwkunst is zelfs het dier naast den mensch het groote voorbeeld, daar deze kunst, welke het beeld het volledigst in zijn drie dimensies tot uitdrrukking brengt, het armst is aan motieven, die artistieke voldoening geven kunnen. En in de dichtkunst werd het schoone dier bezongen door vele volkeren tot dezen tijd. De aesthetische dierletterkunde, die afzonderlijk of samengaand met de vermenschelijkte, maar meer nog met de romantische en psychorlogische voorkomt, heeft toch ook tfn West-Europa haar bloeitijd in de negentiende eeuw.

Het eigenaardigste probleem, dat de beoordeelaar van dit soort letterkunde — 't is voornamelijk een literatuur in versvorm — ontmoet, ligt besloten in de vraag: Welk dier vindt men mooi, en waarom? Men merke op, dat er ook in het oordeel omtrent de schoonheid der dieren veranderingen zijn voor gekomen, dat de aesthetische lust in de fauna eerder wijder dan smaller werd in den loop der eeuwen, en men dieren bedicht en schildert, die men vroeger leelijk vond. De schoonheid van den aap bijvoorbeeld is men pas in onze dagen gaan zien.

Wat vindt men in de dieren mooi? Drie beschouwingsoordeelen liggen mijns inziens ten grondslag aan onze aesthetische bewondering der dieren: wij bewonderen hun vormen, wijl ze een verhoudingsgoedkeuring opwekken, die bijna instinctief in ons

Sluiten