Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schijnt te leven. Wij vinden het dier mooi, omdat het lijkt op zijn norm en het harmoniëert met zijn levenswijze en omgeving. Wij bewonderen het, om het overeenkomen van de dieren-expressie met die der menschen.

Wij bewonderen het dier om de verhouding van zijn vormen en worden hierin geleid door een bepaalden, instinctieven smaak, waarvan men moeilijk zeggen kan, of hij met onzen algemeenen smaak overeenkomt of in het bijzonder voor de dierenwereld geldt. Ik denk dat het laatste waar is. Men bedenke, hoe men in de ceramiek bijvoorbeeld een vaas die breed uitloopt en smalhalzig is, zeer mooi kan vinden. Een dier echter met een kleinen kop, smalle borst, breeden buik en geen pooten, behaagt ons niet. De pinguin bijvoorbeeld, een vogel die ons eenigszins aan den vorm der vaas, die ik noemde, herinneren kan, heeft nog niet veel bewonderaars gevonden. Wij eischen van het dier als van den mensch een breede borst en een smalle buik, van het zoogdier een naar het kruis opstijgende lijn van het onderlichaam. Een zoogende teef met een hangbuik kan men niet zoo mooi vinden als den slanken reu van hetzelfde hondenras; het olifantentype, dat zoo dikwijls bij de Indische soort voorkomt, waarvan de buik lager hangt dan de borst, vinden we log, en we verkiezen de laagborstige, hoogbuikige exemplaren, die ook bestaan.

Dieren met opvallende, ten koste van het overige hchaam uitgegroeide ledematen, vinden we meestal niet mooi, en deze worden niet bedicht om hun schoonheid. De breedstaartige kangoeroe met de te korte voorpooten, noch de langhalzige giraffe, noch het heel logge nijlpaard, noch den struisvogel heeft ^en vaak geschilderd. De ietwat langere ooren en

Sluiten