Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grootere kop van den ezel hebben hem tot een dier onder de dieren gemaakt, terwijl het paard, zijn naaste verwant, voor onzen smaak de volmaaktheid der verhoudingen nabij komt.

Het schijnt, dat ons gevoel voor verhouding door het paard en de katachtige roofdieren het meest gevleid wordt, wat in de letterkunde en in de beeldende kunst door de talrijkheid der hen bezingende en verbeeldende werken, tot uiting komt: het ruiterstandbeeld werd een genre, evenals het kattentafereel en het kattengedicht.

Wij vinden het dier mooi, omdat het lijkt op zijn norm en harmonieert met zijn levenswijze en omgeving. Het dier moet niet te veel uit den toon vallen, het individu moet lijken op de normale voorstelling, die wij ons van dier gemaakt hebben.

Is een staart zoo mooi? Zouden wij een mensch die een staart had, niet afschuwelijk vinden, en omgekeerd, zouden wij menschelijke ooren geen gedrochtelijke uitsteeksels vinden, wanneer wij er niet aan gewend waren, en ze het tweede element van onzen smaak (het eerste is de natuurlijke lust in bepaalde verhoudingen), de conventie, de gewoonte, niet bevredigden. De leeuw, dien ik eens in Artis zag — 't was een gast, die men er ontving om hem tot vader van mogelijke welpen bij een Amsterdamsche leeuwin te bevorderen — en die den staart miste, was voor mij ontsierd, leelijk, afgedwaald van de norm. Nog dikwijls trof ik in circussen leeuwen aan, die in een broedergevecht den staart was afgebeten en altijd beleedigden ze een schoonheidsverwachting in mij.

Minder reeds wordt onze conventioneele smaak gestuit door den lynx, het katachtige roofdier, dat van nature slechts een staartstompje heeft, hoewel

Sluiten