Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onze op de normale kat ingestelde verbeelding ook in den lynx nog iets mist. De bij den staartwortel afgesneden haren van den paardestaart ontsieren voor onzen smaak het schoone dier; heeft men den staart gekort daar waar de haren hun breedte al bereikt hebben, dan ontstaat een type, dat eenerzijds onze verhoudingszin niet schijnt te kwetsen, anderzijds zoo veelvuldig voorkomt, dat het de smaakconventie niet deert. De neus van den neusaap, die toch het meest op den menschelijken, uitstekenden neus lijkt, vinden we leelijk, omdat we in onze verbeelding voor den aap een dier zonder vooruitspringenden neus tot norm aangenomen hebben.

Ook het harmonieeren van het dier met zijn omgeving en met zijn levenswijze bevredigt onzen aesthetischen zin, zooals natuurlijk doelmatigheid in het algemeen als orde en schoonheid door ons Wordt gevoeld. Het donkere, borstelige everzwijn in zijn modderpoel heeft zeker een hartige, donkere schoonheid, maar als wij een teere lama of een scherp-belijnde zebra zich in de modder zien wentelen, wordt er iets in ons geschokt. De wroetsnoet Van het zwijn, de klauw van de kat, de kromme scheursnavel van den arend worden mooi gevonden door hun doelmatigheid. Die doelmatigheid van het dierlijk organisme is zelfs een van de oorzaken geweest, die geleid hebben tot het moderne, uitgebreidere begrip van dierlijke schoonheid, dat zich niet nieer bepaalt tot het bezingen en beelden van hond, kat, paard en hoenders. Wie de prachtige doelmatigheid van den staart en de dijen der kangoeroe erkend heeft, zal spoedig ook dit dier schoon vinden, zooals moderne beeldhouwers het robbenlijf als iets bijzonders schoons hebben leeren

Sluiten