Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ner van den scherpsten wellust ontstond, die dan weer door zijn vreemde schoonheid de bewondering van zijn letterkundigen kweeker wekte. Zoo ontstond het prachtige gedicht, waarin Baudelaire van de kat vertelt, die hij in zijn ziel ziet sluipen, en ook dat van de slang, die op de staaf danst. Tristan Corbière, een Fransche, sombere dichter van het laatst der vorige eeuw, bedicht de leelijkheid van de pad als schoonheid door leelijkheid en brengt ons op die paden der aesthetica, waarop we ook Murillo's horrelvoet kunnen aantreffen. Franz Werfel schiep een „Romanze einer Schlange", waarin de boosheid en de alleenheid van de slang tot schoonheid wordt:

Onder het blauw, dat in orkanen Dreunend door elkander rolt,

Rol ook ik me tot een rol In mijn koude steenen hol En staar trotsch naar de alleeën,

Waar boom en witte lucht bewegen En zon en stroom en zomer Naar luste dartelen,

Worden alle wezens goed geboren,

Voor het moederschap verkoren ....

Ik word gehaat door 't eigen broed.

Het is natuurlijk heel moeilijk de grens te trekken tusschen de satanische dierletterkunde van het vermenschelijkende genre en de aesthetische dierletterkunde, die het door-leelijkheid-schoone dier bezingt. Meestal zijn beide in elkander aanwezig.

De mensch heeft eerder de lijnen der dierlijke schoonheid kunnen teekenen en in steen houwen,

É

Sluiten