Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan in woorden aangeven en bedicnten. ) ue ouaere aesthetische dierpoëzie bezong dikwijls een vaag poëtisch beeld, dat de mensch zich van het dier maakte en niet het naar vorm waargenomen dier. De belangrijke studie, die Dr. Maunts Sabbe bijvoorbeeld over „Dierkennis en Diersage bij Vondel maakte, bewijst dat deze zeventiende-eeuwer naast enkele treffende dierportretten heel dikwijls verheerlijkingen schiep, die minder door het aanschouwen van levende natuur dan door het lezen van Plinius' vaak fantastische zoölogie ingegeven

Waren. .

Volkomen aesthetische dierpoëzie, die dus niets dan de plastische schoonheid van het dier wil weergeven, is tamelijk zeldzaam. Vaak gaat de dichter er toe over vermeende of werkelijke eigenschappen van het dier te roemen. Het dier wordt het uitgangspunt van een lyrisch bejubelen der natuur, of de dichter vergelijkt mensch en dier, mensch en vogel vooral, en treurt om de ingewikkeldheid van onze ziel en onze gebondenheid aan de aarde. Bij den Franschen dichter Leconte de Lisle, dien ik ook als groot romanticus geroemd heb, treft men de verheerlijking van het dier om zijn schoonheid m zeer zuiveren vorm. Zijn condor-gedicht moge als voorbeeld gelden van dierpoëzie, vrij van gebeurtenis en drama, van didactische bedoelingen en van algemeene natuur-bejubeling.

DE SLAAP VAN DEN CONDOR

Ver over de trappen der steile Cordilleras, ^ Ver over de nevelen, waar zwarte arend huist,

*) Ik herhaal Piptra opmerking: Het geziene dier is oneindig veel ouder dan het gekende. (Reinhard Piper: ,,Das Tjer ra der

Kunst").

en de Dieren 6

Sluiten