Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschapen heeft om ze te laten voortduren, hun lichaam dusdanig gevormd heeft dat zij machinaal en zonder vrees alles wat hen kan vernietigen, ontwijken." Een eigenaardige semi-scholastische opvatting, die uitging van wat logisch zou zijn en niet van wat waarneembaar is. Moest men, zoo redeneert Malebranche, de quasi-intelligente gedragingen van een dier toch aan verstand toeschrijven, dan zou daardoor het doelmatig handelende laagste dierlijke organisme verre boven den mensch staan, en dat kan niet.

Na deze zeventiende-eeuwsche leer der dierlijke mechanismen komt dan de 18 de eeuw, de eerste groote tijd der moderne biologie, die met Linnaeus classificeerend is, met Buffon generaliseerend en plechtig beschrijvend, uiterst wetenschappelijk anatomisch-morphologisch met Cuvier, genetisch met Lamarck en zijn grooten negentiende-eeuwschen voltooier Darwin. ,

Wij hebben gezien, hoe ondanks de wetenschappelijke heerschappij der vergelijkende anatomie toch de algemeene geestesgesteldheid der eerste en middelste decenniën der negentiende eeuw zoo natuur lyrisch was, zoo dwepend-godsdienstig, bereid zelfs om den muur tuschen Christendom en Pantheïsme neer te halen, dat men toch de dieren deel liet hebben aan de Alziel, die men zich als een goede, gulle, vaderlijke en moederlijke voedster geest tegelijk dachtx).

Dierpsychologie als wetenschap, uitgaand van de overtuiging, dat de dieren een ziel hebben, veel primitiever dan de onze, maar er aan verwant, met machtige instincten en de eerste spruiten van individueele intelligentie en individueele ervaringsmoge-

x) Zie bl. 53- ~

Sluiten