Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

logischen kant bezien, maar meer nog tegen de onbewuste conventioneele karakterbeschrijving der oude natuurlijke-historie en tegen de sentimenteele romantische dierenziel-opvattingen. Niet Descartes' diermachine moet vernietigd worden; praktisch heeft niemand daaraan geloofd. Maar wat er van Plinius' zoögraphie in de tegenwoordige natuurlijke-historie is blijven leven, en wat het volk nog steeds zien wil: de valsche kat, de grootmoedige leeuw, de weerzinwekkende uil.

Zoo schrijft Romanes in de inleiding van zijn „Animal Intelligence" (Dierlijk verstand): „Tot nu toe is de poging om het psychisch niveau van het dier te bepalen, bijna uitsluitend gedaan door populaire schrijvers. En daar deze, meerendeels met meer of minder scherp onderscheidingsvermogen ontelbare anecdoten aan elkaar geregen hebben, die het dierlijk verstand aantoonen, zijn hun werken waardeloos als bron. Dit is zóó sterk het geval, dat de vergelijkende psychologie feitelijk was uitgesloten uit de rij der wetenschappen."

De wetenschappelijke dierpsychologie werd zelfs zoo skeptisch, zij stelde zich zoo uitermate op het laboratorium in, dat Prof. Buytendijk in een zijner artikelen in het blad „De Telegraaf" voor de waarde der dierverhalen een lans moest breken en niet klakkeloos alle waarnemingen en intuïtieve aanvoelingen van zoölogisch ongeschoolde letterkundigen verwerpen wilde. Ook van hun werk kan de dierenpsycholoog zijn nut hebben.

Bij de dierbeschrijvers zelve — het zijn nu uit den aard der zaak voor het meerendeel proza-schrijvers, zooals de zangers der dierlijke schoonheid hoofdzakelijk dichters waren —, van wie ik bij den

1) Van 10 Augustus 1930.

Sluiten