Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorwendsel moeten wij van de dieren houden, omdat wij iets van onszelf in hen terug vinden.... Wat is de waardigheid van een huisdier naast die van een dat wild leeft? In hun wilden staat moeten zij, die beweren van hun mindere broeders te houden, ze jaren lang observeeren" heeft ons in zijn „Moutis, chat de Paris", een zeer romantische kattengeschiedenis gebracht. Het is toch onwaarschijnlijk, dat één kater ware verwoestingen onder de levende en doode have van den „Jardin des Plantes" kan aanrichten en de oppassers tevergeefs naar den geheimzinnigen dader zoeken.

Natuurlijkerwijs wordt aan het psychologisch geobserveerde dierverhaal toch nog meer romantische stuwkracht meegegeven dan aan het letterkundige dieren-essay. Maar zelfs hier, zelfs in Maeterlinck's insectenboeken, die toch zoo stevig gebaseerd zijn op 's schrijvers eigen ervaring en wetenschappelijke lectuur, weet de romantische droomerij de grenzen van het experimenteel bewezene over te vliegen. Ook Maeterlinck romantiseert, al is het maar in den vorm van gissingen. Ik wil Michelet en Bölsche, als geen typische zielonderzoekers, niet eens noemen.

Deze laatste romantische vlucht, tezamen met een beeldende taal en het voortdurend toepassen en Vastknoopen van het bijzondere zoölogische onderWerp aan peinzerij over mensch, maatschappij, natuur, wereld en God, maakt dat zulke litéraire zoölogische essays nog tot de schoone letteren behooren, want met het literaire dieren-essay a la Maeterlinck of Bölsche raken wij, soms via populaire dierkunde, en soms direct, aan de wetenschap zelve, in ons geval aan de wetenschappelijke dierpsychologie.

Sluiten