Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als twee menschen, in wie de waarnemende wil zeer sterk leeft en het meestal wint van den romantischen drang, noem ik den Amerikaanschen schrijver William J. Long, van wiens werken ons W. L. en J. Brusse's Uitgeversmaatschappij door de vertalingen van Cilia Stoffel zoo prijzenswaardig op de hoogte houdt, en den vroeg gestorven Franschen schrijver Louis Pergaud. Beiden zijn zulke oprechte waarnemers geweest, zoo verlangend alleen dat over dieren te vertellen, waar ze voor kunnen instaan, zulke hartstochtelijke opletters en vaststellers van diergedragingen, zulke haters en aanklagers van fantastische praatjes over het dierbestaan, dat ze aan hun zuiver romantisch werk niet voldoende hadden om er hun gedachten en waarnemingen in op te stapelen. In Pergaud's nagelaten werk ,,La vie des bêtes" heeft zijn vriend Edmond Rocher essays ondergebracht, waarin de frissche dierbeschrijver der Franche-Comté zijne inzichten over veel psychologisch-zoölogische verschijnselen heeft geschetstx) . In Long's „Leven en sterven der dieren in de wildernis" wijkt hij af van het min of meer geromantiseerde verhaal en behandelt in essayistischen vorm dierpsychologische problemen: Hebben dieren pijn? Dierlijke instincten, en dergelijke meer. Beide observeerende schrijvers voelen zich even ver verwijderd van (ik moet bijna schrijven even vijandig aan) de laboratoriumpsychologie als aan de dierromantiek.

Dat de Franschman een grootere letterkundige is dan de Amerikaan en de eenige is, dien ik ken, wien het gelukte spannende, aangrijpende dierverhalen, die toch op persoonlijke waarnemingen be-

-1) Wie iets naders over Pergaud vinden wil, leze mijn opstel over dezen auteur in ,.Vragen des Tijds".

Sluiten