Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorbeeld leert, hoe raak ook Kipling het wolvenleven beschreef in zijn ,,Jungle-book , al gaf hij de dierlijke individuen spraak en naam. En zelfs veel wat ons in Curwood verwerpelijk leek, blijkt toch nog niet zoo dwaas te zijn. De natuurlijke vijandschap en de gevechten tusschen lynx en wolf bijvoorbeeld, vanwaar Curwood zijn , ,K.azan de wolfshond" liet uitgaan, vindt in Long's betrouwbaarder werk een bevestiging.

Long's inzichten over de dierenziel zijn antiromantisch, zeer onsentimenteel. Teederheid hoeft men bij dieren niet te zoeken, wel een schoonen ongebreidelde vrijheidszin, die het verschoppen der tot volwassenheid gekomen jongen in het geheel niet tragisch maakt, maar samenvalt met hun behoefte aan zelfstandigheid.

Long meent echter, dat de mensch door zichzelven iets van de dierenziel kan leeren, dat dus dat wat men in de psychologie wel eens de subjectieve methode noemt ook in de dierpsychologie mag gelden: kennis der dierenziel door kennis van het eigen ik. „Willen we de afstand der sterren onderling meten, dan zoeken we geen nieuwe hemelsche éénheid, maar gebruiken we vol vertrouwen onze eigen duimstok, en de chemie die kindervoedsel ontleedt, verleent even goede diensten ten opzichte van Jupiter's satellieten. Dit is wel slechts vergelijkenderwijs gesproken, maar hierdoor hebben we eenige wegwijzing in het rijk van het bewuste leven, dat ook één geheel schijnt te zijn door één wet beheerscht.... Liefde en haat, vrees en moed, vreugd en leed, smart en blijdschap, ontbering en bevrediging —- deze gewaarwordingen, die zoo'n groot deel van het leven innemen, worden zoowel in de dieren als in de menschen

Sluiten