Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den met het leven der menschen, met de dorpsmaatschappij; andere zijn spannend als jachtverhalen; nog andere zijn tragisch en behandelen een geval van dierlijke degeneratie of van uitstooting. Hun ontstaan is bijna altijd evenzeer uit 's schrijvers artistieke verbeelding te verklaren, als uit zijn wetenschappelijke belangstelling. Het verhaal van het leelijke jonge eendje bijvoorbeeld, waarmee het in het sprookje zoo goed afloopt, komt in Pergaud's oeuvre herhaaldelijk terug, omdat hij belangstelt in het gedrag van een diermaatschappij tegenover een afwijkenden enkeling: een eend onder de kippen; Malpattu, een vijfteenige haan, door wien geen hen zich wil laten bevruchten.

Ik heb in het bijzonder op Long en Pergaud gewezen, in wier werk wetenschappelijk psychologische waarneming zulk een groote en gewilde plaats inneemt. Maar deze dierpsychologische belangstelling en vooral ook het rekening houden met de dierenpsychologie, een schuchterheid om maar niet zooals vroeger op ongedwongen wijze de dierenziel dien inhoud te geven, welke het verhaal het meest ten goede komt, vinden we bij alle moderne dierschrijvers.

Het zou me niet moeilijk vallen u de dierpsychologische uitweidingen en de dierpsychologische reserves in wildromantiseerende schrijvers als Jack London en Oliver Curwood te toonen, die bij wetenschappelijke biologen lang niet in reuk van heiligheid staan en van wie men ondanks alles toch ook veel kan leeren over het dierenleven van het hooge Noorden. Dwaas is natuurlijk het verhaal van Kazan's vaderliefde; het strijdt tegen alles wat men heeft waargenomen bij den mannelijken hond, maar in Jack London's ,,Call of the Wild" bij-

Sluiten