Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

RUDYARD KIPLING: KAA'S JACHT

"~TT "yAT ik hier ga vertellen gebeurde "ft, > eenigen tijd vóór dat Mowgli werd

\y v/ uitgestooten uit den stam der Sionie» V wolven, en vóór hij zich wreekte op Shere Khan, den tijger. Het was in de dagen, toen Baloe hem de Wet van den Dsjungel onderwees. De groote, ernstige, bruine beer vond het heerlijk, zoo'n vluggen, bevattelijken leerling te hebben, want de jonge wolven willen alleen zóóveel van de Wet leeren, als betrekking heeft op hun eigen stam en geslacht, en loopen weg, zoodra zij de Jacht-spreuk kunnen nazeggen:

,,Voeten die geen spoor nalaten, oogen die zien in het donker, ooren die de wind van uit hun holen kunnen hooren en scherpe witte tanden, al deze dingen zijn de kenteekenen van onze broeders, behalve Tabaqui den jakhals en de Hyena, die wij haten."

Mowgli echter moest, als Menschen-jong heel Wat meer leeren dan dit. Soms kwam Bagheera, de Zwarte Panter, door den Dsjungel aanslenteren, °m eens te kijken hoe zijn beschermeling het maakte, en met zijn kop tegen een boom geleund, bleef hij zitten snorren van plezier, terwijl Baloe Mowgli zijn les overhoorde. De jongen kon bijna evengoed klimmen als zwemmen en bijna evengoed zWemmen als loopen. Daarom leerde Baloe, de onderwijzer van de Wet, hem zoowel de wetten die op het Woud betrekking hebben, als die van

) ..Door wolven opgevoed." Hollandsche bewerking van Arthur * ervooren. J. M. Meulenhoff.

Sluiten