Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,,Ik — ik? Hoe kon ik met mogelijkheid vermoeden, dat hij met zulk vuil zou gaan spelen ? — Apen! Bah!"

Weer kwam er een hagelbui op hen neer en de twee dieren draafden weg, Mowgli met zich meenemend.

Wat Baloe van de apen had gezegd was volkomen waar. Zij hoorden thuis in de toppen der boomen en daar dieren zeer zelden naar boven kijken, was er weinig kans, dat de apen, en de Dsjungelbewoners elkaar in den weg zouden loopen. Maar wanneer zij ergens een zieken wolf zagen liggen, of een gewonden tijger of beer, dan plachten de apen hem te kwellen en te plagen en steeds wierpen zij takken en noten naar alle dieren die zij zagen, alleen maar in de hoop door hen opgemerkt te worden. Dan hieven ze een gehuil aan en gilden zin-looze zangen en daagden de bewoners van den Dsjungel uit in de boomen te klimmen en hen te komen bevechten. Of wel ze begonnen om het een °f anderg wissewasje hevig onder elkaar te vechten en lieten dan de gedoode apen vallen daar waar ze wisten, dat de Dsjungelbewoners ze zouden moeten zien. Ze waren altijd juist op het punt om een aanvoerder te kiezen en wetten en eigen vast-omschreven gebruiken aan te nemen, maar ze deden het nooit, omdat ze morgen nooit meer wisten, wat ze zich vandaag hadden voorgenomen. Ze voelden wel, dat dat compromitteerend voor hen was en daarom hadden zij de dingen omgekeerd en als spreekwoord aangenomen: „Wat de Bandac-log nu denkt zal de Dsjungel later denken," waarmee zij hun eigen schande op de Dsjungeldieren afschoven, iets wat hen een kinderlijk genoegen gaf en bevrediging schonk. Geen der viervoetige dieren kon hen berei-

Sluiten