Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan handen of voeten hangend, na een paar malen te hebben heen-en-weer gezwaaid, weer verder te slingeren naar den volgenden boom. Soms kon hij mijlen en mijlen ver zien over den groenen Dsjungel, zooals een man in de top van een mast mijlen ver zien kan over de zee; dan sloegen hem plotseling de bladeren en takken in het gezicht en hij en zijn twee bewakers weer bijna op den grond. Zoo, springend en krijschend en schreeuwend en gillend, zweefde de heele stam van de Bandar-log met Mowgli als gevangene langs de boom-wegen.

Een poosje was deze bang, dat de apen hem zouden laten vallen, maar al spoedig nam zijn woede de overhand, ofschoon hij zoo verstandig was daarvan niets te laten blijken en zich niet te verzetten; hij deed veel beter, hij begon na te denken. De hoofdzaak was, dat hij Baloe en Bagheera een bericht kon sturen, want hij wist heel goed, dat de apen, bij de snelheid waarmee ze zich voortbewogen, zijn vrienden ver achter zich lieten. Het was nutteloos, naar beneden te kijken, want hij kon alleen maar de bovenkant van takken en bladeren zien, daarom keek hij naar boven en zag, vèr weg in het blauw, Chil de Wouw, die daar, zwevend en zwenkend, de wacht hield over den Dsjungel, loerende op wat er sterven zou. Chil zag, dat de apen iets droegen en liet zich een paar honderd meter zakken om te onderzoeken of hun vracht goed was om te eten. Hij stiet van verbazing een fluitend geluid uit, toen hij bemerkte, dat Mowgli boven in den hoogsten top van een boom werd gesleept en hoorde hoe het Menschen-jong den roep van de Wouw deed hooren: ,,Wij zijn van één bloed, gij en ik!" De bladeren sloten zich weer boven den jongen, maar Chil zweefde voort naar

Sluiten