Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wel, dat hij Kaa niet moest haasten. Daar was de slang te log voor.

„Wil je me toestaan met jelui mee te gaan?" vroeg Kaa. „Een klap meer of minder beteekent niets, noch voor Bagheera, noch voor Baloe, maar *k — ik moet soms dagen en dagen op een boschpaadje liggen wachten en een halve nacht in een boom klimmen, om mischien een jong aapje te verschalken. Psshaw! De takken zijn niet meer wat ze waren toen ik jong was. Het zijn allemaal rotte twijgjes en droge takken."

„Misschien speelt het grootere gewicht er ook Wel een rol bij", zei Baloe.

„Ik heb een aardige lengte -—■ een aardige lengte", zei Kaa fier. „Maar ik geloof toch, dat het de schuld is van dat jonge hout. Het scheelde weinig, of op mijn laatste jacht was ik al gevallen — heel weinig — en het geraas van mijn uitglijden, want ik had mijn staart niet stijf om den boom geklemd, Wekte de Bandav-log en die scholden me toen uit voor alles wat leelijk was."

„Gele aardworm zonder pooten", zei Bagheera, de wenkbrauwen saamgetrokken, alsof hij zich iets trachtte te herinneren.

„Sssss! Hebben ze me zóó genoemd?" zei Kaa.

„Zoo ongeveer ten minste hebben ze tot ons geroepen, verleden maan, maar wij nemen nooit notitie van hen. Ze zeggen van alles — zelfs dat je al jc tanden verloren hebt en niets, dat grooter is dan een jong geitje, aandurft, omdat — ze zijn werkelijk heel schaamteloos, de Bandar-log — omdat je bang bent voor de hoorns van den geitebok", zei Bagheera zoetsappig.

Nu laat een slang, vooral zoo'n omzichtige oude Python als Kaa, heel zelden merken, dat hij boos

Sluiten