Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stort. Het marmer van de binnenplaats en van de fonteinen was gebarsten en vol roode en groene vlekken, en zelfs het kiezel op de binnenplaats, waar de olifanten van den koning hun verblijf hadden gehad, was door allerlei grassen en jonge boomen Weggedrongen. Van het paleis kon men de lange, lange rijen daklooze huizen zien, die de stad het aanzien gaven van een verzameling leege honigraten, gevuld met zwarte stof, het vormelooze steenblok, dat eens de beeltenis van een afgod was geweest en dat stond op een plein, waar vier wegen °p uitliepen; de putten en gaten op de hoeken deistraten, waar eens de openbare pompen hadden gestaan, en de gescheurde koepels van tempels, waar nu de wilde vijgeboomen hun kruinen doorheen staken.

De apen noemden de plaats hun stad en beweerden de Dsjungelbevolking te verachten, omdat die in het woud woonde. En toch wisten ze in het geheel niet, waarvoor de gebouwen waren gemaakt en hoe zij ze moesten gebruiken. Ze zaten in een kring in de hal van des konings raadzaal, vlooiden elkaar en beweerden dan menschen te zijn; of zij liepen de daklooze huizen in en uit en verzamelden stukjes pleisterwerk en andere versierselen, die ze ergens in een hoekje opstapelden, om dan weer te vergeten, waar zij ze hadden verborgen. Even later vochten ze met heele troepen onder elkaar, en plotseling staakten ze weer het gevecht, om te gaan spelen op de terrassen van de tuinen des konings, Waar zij de roze- en de oranje-boomen schudden, alleen voor de pret, om de bloemen en vruchten te zien vallen. Zij onderzochten alle gangen en donkere tunnels in het paleis en de honderde kleine, donkere kamers, maar nooit herinnerden zij zich

Sluiten