Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de eerste maal sedert zijn geboorte streed Bagheera voor zijn leven.

„Baloe zal wel in de buurt zijn, Bagheera zou niet alleen gekomen zijn", dacht Mowgli en daarop riep hij luid: „Naar het reservoir Bagheera. Rol naar het waterreservoir en laat je er in vallen. Maak dat je bij het water komt!"

Bagheera hoorde het en die woorden, die hem zeiden, dat Mowgli veilig was, gaven hem nieuwen moed. Hij werkte zich, met de kracht der wanhoop, voetje voor voetje, voort in de richting van het reservoir.

Toen weerklonk eensklaps van den vernielden muur, die het dichtst bij den Dsjungel was, de rommelende strijdkreet van Baloe. De oude beer had zijn best gedaan maar niet éér kunnen komen. „Bagheera" riep hij, „ik ben er. Ik klim al. Ik zal me haasten, zooveel ik kan! Aheowora! De steenen brokkelen onder mijn voeten af! Wacht maar, tot ik kom, schandelijke Bandar-log\"

Hijgend bereikte hij het terras, maar verdween onmiddellijk geheel en al onder een menigte apen. Hij slaagde er echter in, op zijn achterste te gaan zitten en, zijn voorpooten uitspreidend, drukte hij zooveel zijner vijanden als hij maar grijpen kon tegen zich aan om daarna te gaan slaan- pats, pats, pats, met de regelmatigheid van het slaan der schoepen van een molenrad op het water.

Een woedend getier en een plons vertelden Mowgli, dat Bagheera er in geslaagd was, het reservoir te bereiken, waar de apen hem niet konden volgen. De Panter lag daar, met den kop juist boven water, naar adem te hijgen, terwijl de apen, drie rijen achter elkaar, op de roode trappen van woede de dolste sprongen maakten, zich gereed

Sluiten