Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat ging maar door, geen oogenblik ophoudend, nooit gehaast. En onophoudelijk klonk daarbij zijn zacht sissend gezang.

Het werd al donkerder, toen ten laatste de slepende, wisselende geluiden verstomden, maar nog altijd werd het geritsel van de schubben van zijn huid gehoord.

Baloe en Bagheera stonden doodstil, binnensmonds grommende, terwijl hun nekharen 'recht overeind gingen staan; Mowgli keek verbaasd toe.

„Bandav-log", zei de stem van Kaa eindelijk, ,,kunnen jelui handen of voeten bewegen, zonder mijn bevel? Spreek!"

„Zonder dat gij het beveelt, kunnen wij ons niet verroeren, o, Kaa."

„Goed. Komt dan allen één pas dichter bij mij."

De rijen apen waggelden onbeholpen naar voren en Baloe en Bagheera deden eveneens één stevigen stap vooruit.

„Dichterbij!" siste Kaa, en allen stapten ze weer vooruit.

Mowgli legde zijn handen op Baloe en Bagheera, om hen weg te trekken en de twee groote dieren huiverden, alsof zij uit een droom ontwaakten.

„Houd je hand op mijn schouders", fluisterde Bagheera. „Laat haar daar rusten, anders moet ik, of ik wil of niet, op Kaa toeloopen. „O-o-o, o!"

„Kaa doet toch niets anders, dan kringen maken in het stof", zei Mowgli: „laten we maar weg gaan." En het drietal sloop door een gat in den muur weg, naar den Dsjungel.

„Whoef'l zei Baloe, toen hij weer onder de, door geen windje bewogen boomen stond. „Nooit van mijn leven zal ik weer met Kaa een bondge-

Sluiten