Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opende het; ik greep het arme dier bij de keel, en, met beslist gebaar sneed ik hem een van zijn oogen uit het lid! Ik schaam me, ik word er koud en dan weer gloeiend heet van, nu ik deze vervloekte Wreedheid neerschrijf.

Toen met den ochtend mijn verstand terugkeerde, toen ik de roes van mijn nachtelijke slemperij had uitgeslapen, boezemde me de misdaad, waaraan ik me schuldig had gemaakt, half afkeer, half wroeging in, maar het was hoogstens een zwak en wat dubbelzinnig gevoel, dat eigenlijk op mijn ziel geen vat had. Ik stortte mij weer in mijn uitspattingen en verdronk weldra in den wijn iedere herinnering aan mijn daad.

Intusschen genas de kat langzamerhand. De oogholte van het verloren oog zag er wel is waar schrikwekkend uit, maar het scheen, dat hij er nu geen pijn meer van had. Hij liep door het huis als altijd, maar, zooals men verwachten kon, vluchtte hij, wanneer ik er aan kwam, in dolle angst weg. Er was genoeg van mijn oude hart in mij overgebleven om me in 't eerst gegriefd te voelen, dat een wezen, dat eens zoo veel van me had gehouden, nu op duidelijke wijze zijn afkeer van me deed blijken. Maar dit gevoel maakte weldra plaats voor ergernis. En toen verscheen als om mijn aleindelijke en onherroepelijke val te veroorzaken de geest der perversiteit. Met dezen geest houdt de philosophie geen rekening. Toch, zoo waar als mijn ziel bestaat geloof ik, dat de perversiteit een van de oorspronkelijkste, diepste neigingen van het menschelijk hart is, een van de onherleidbare eerste hoedanigheden of gevoelens, die het menschelijk karakter bepalen. Wie heeft er zich zelf niet honderd keer op betrapt, dat hij een dwaze of lage hande-

Sluiten