Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het schuldbesef van mijn booze daad plaagde me slechts zeer weinig. Er waren me wel enkele vragen gesteld, maar daarvoor had ik mijn antwoord wel klaar. Zelfs had men een huiszoeking doen plaats vinden, maar er viel natuurlijk niets te ontdekken. Ik beschouwde mijn toekomstige zaligheid als verzekerd.

Den vierden dag na den moord kwam een afdeeling politieagenten zeer onverwachts in huis en ging er weer toe over de woning nauwkeurig te onderzoeken. Daar ik echter volkomen vertrouwde op de ondoordringbaarheid van de schuilplaats, werd ik er in het geheel niet door in verlegenheid gebracht. De hoofdlui wilden, dat ik gedurende hun onderzoek bij hen bleef. Nis noch hoek ontsnapte hun aandacht. Ten slotte gingen ze voor den derden of vierden keer naar den kelder. Geen spier in mij vertrok. Mijn hart klopte zoo rustig als dat van iemand, die in de kalmte van zijn onschuld zijn slaap geniet. Ik liep door den kelder van het eene eind naar het andere. Mijn armen kruiste Jk op mijn borst en wandelde kalmpjes op en neer. De politie was geheel bevredigd en maakte zich gereed om weg te gaan. De vreugde mijns harten was te groot om bedwongen te worden. Ik kon mijn verlangen niet weerstaan ten minste één woord te zeggen, één woord slechts, bij wijze van triomf en °m hun overtuiging van mijn onschuld nog eens tweemaal zoo sterk te maken.

,.Mijne heeren", zei ik ten slotte, toen de troep de trap opliep, ,,ik ben blij, dat ik u van uw argwaan heb kunnen verlossen. Ik wensch u allen een goede gezondheid en een beetje meer hoffelijkheid, ^ag ik nog eventjes opmerken, mijne heeren, dat dlt een heel stevig gebouwd huis is?" (in mijn dol

Wij en de Dieren 11

Sluiten