Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SIEGFRIED E. VAN PRAAG HET DIER IN BOSCH EN VELD

IN de schetsen, die volgen, wordt het dier beschreven zooals het in vrijheid leeft, bedreigd of niet door de toenemende macht van den mensch over de aardoppervlakte.

Hermann Löns (1866-1914) is de bekendste beschrijver van het boerenleven, het dierenleven en het jagersleven van Noord-Duitschland. In het riet en moerasland van het Noorden heeft hij zijn Duitsche volk en het Duitsche land liefgehad en verheerlijkt. De typisch Duitsche natuuraanbidding, die een cultus van den vaderlandschen grond tevens is en die gepaard gaat met zeer exacte, natuurhistorische waarnemingen van het dierenleven vindt in Löns zijn meest markanten vertegenwoordiger. Boeren- en jagerstaal maken zijn werk sappig naturalistisch, soms wel eens overdreven en gewild gemoedelijk voor niet-Duitschen smaak. Sommige van zijn dier-schetsen missen romantisch gebeuren. Een schoolmeester van dorpskinderen, die hen tot liefde voor het vaderlandsche dier wil opvoeden en een dichter van het waargenomen boschleven uiten zich meer in hem dan een verteller, dan een kunstenaar, die gebeurtenissen en verwikkelingen als visie met zich draagt.

Hermann Löns schreef romans als: „Der Werwolf" (1910), „Das zweite Gesicht" (1911), en talrijke dier- en jachtnovellen, waarvan de belangrijkste verzameld werden in den bundel „Sein letztes Lied" (Auswahl der schönsten Jagdgeschichten).

Sluiten