Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bloedenden eik. Het is een vliegend hert. Die heeft gevonden wat hij zocht. Gulzig steekt hij de goudgele penseeltong in het bijtend vocht. Daar ritselt het achter hem. Woedend draait het insect zich om en spert de scherp gewapende tangen uiteen. Maar de egel heeft hem al gevat, hij scheurt hem het lijf af en terwijl de kop van den kever in het gras ligt en werktuigelijk nog de kaken opent en sluit, knabbelt de egel het dikke achterlijf heelemaal op. Vervolgens jaagt hij verder onder de schaapskooien en zoekt de een na de ander af.

Veel is daar vandaag niet te vinden. Eenige spinnen, ettelijke kevers, ook een wel doorvoede regenworm, en dat is alles! Het is gedurende heel den dag te droog geweest, de Juni-zon had goede zin en er was veel wind; dat beteekent slechte jacht. Daarom dribbelt het stekeldier naar de beek toe; misschien loont het zich daar beter te jagen. Onderweg draait hij ieder blad om en trekt ieder bosje gras uit elkaar, altijd maar onderzoekend en snuivend. Hij boort steeds zijn neus in het mos en in de bladen en af en toe blijft hij zitten om het een of ander klein dier te nuttigen. Eenmaal blijft hij langer zitten; hij heeft een oude muis hooren piepen. Voorzichtig sluipt de egel nader. Nu hoort hij haar dicht bij hem voorbij huppelen. Zij zal direct weer terugkomen en dan heeft hij haar te pakken. Maar juist wanneer hij wil toespringen, maakt zich een grauwe schaduw van de wagenladder los, de muis gilt en het uiltje dat haar nu in zijn met dolken gewapende klauwen houdt, strijkt neer op de houten paardekop boven den stal; de egel mag er naar kijken.

Knorrig loopt hij weer door. Een dennenpijlstaart, die 's middags de pop heeft verlaten en zich,

Sluiten