Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laat hij het lichaam volgen. Na een kwartiertje verdwijnt het uiterste puntje van de staart, dat nog altijd kronkelt, tusschen zijn kaken.

Nu is hij voorloopig verzadigd. Voor de grap pakt hij nog een grooten kikker, die vlak voor zijn neus huppelt, bij de achterpoot, maar juist wanneer de arme kikvorsch zijn scherpen doodskreet doet hooren, laat zijn overwinnaar hem los, en met geweldig groote dolle sprongen scheert de kikvorsch zich weg. Met bizonder veel haast trippelt de egel naar het hagedoornboschje, dat trotsch naast een van de schaapskooien is gegroeid. De zachte windstroom waait hem van daar een tijding toe, die hem heftig vooruit drijft. Zonder zich meer op te houden trippelt hij steeds maar recht vooruit en juist als de dorpsklok klinkt om het uur van tienen in te luiden, juist wanneer de hoorn van den nachtwacht zijn hol gehuil laat galmen, komt de egel bij het boschje aan.

Daar is nog een egel, een dikke, groote egel, die juist een lange, vette worm vriendelijk langzaam uit zijn aardkoker trekt. Als bezeten stort de eerste egel op hem los. Met bliksemsnelheid draait de andere zich om en bijt naar hem. Ontdaan blijft de eerste zitten, daarna nadert hij den andere weer. Weer volgt een slag, weer is er uit verlegenheid een onderbreking van het spel en zoo gaat het tienmaal en nog eens tienmaal. Dan verandert de eerste egel van tactiek. Snuivend en sissend trippelt hij om den ander en tracht haar van achteren te naderen, maar deze daait zich ook snuivend en sissend in een kring rond en weert iedere poging tot nadering af met bliksemsnelle beet. Eindelijk zitten de twee tegenover elkaar, zoodat hun snuiten elkaar bijna aanraken en opsnuiven, de egel overleggend

Sluiten