Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OTTO ALSCHER: DE STERKE1)

ELKENS had de oude traphaan de hennen en kuikens gewaarschuwd en teruggeroepen, maar toch trokken ze steeds weer in de hooge zegge, die aan het riet omzoomde meer grensde. In dien vochtigen grond waren een massa wormen en slakken, die de trapganzen lokten, maar den ouden gent tot dubbele _ voorzichtigheid maanden, omdat in het hooge rietland iedere nadersluipende vijand verborgen bleef.

De oude haan stond doodstil; hals en kop boven de halmen uit, keek hij scherp naar alle kanten. Uit de moerassen aan den overkant klonken klaterende geluiden, kwaken, kwarren,2) plassen en burlen,2) hoewel de dag juist aangebroken was; zelfs als een rietstengel bewoog, rekte de wachter zich hoog uit en spiedde scherp, om de oorzaak der beweging op te sporen.

Plots liep hij met uitgestrekten hals een paar pas vooruit, en spiedde nog eens scherp naar de plaats, waar hij in de biezen, dicht bij de jonge trappen, iets had zien sluipen, kwam op de wieken en zag een vos, die op de kuikens aanberste.

De verraste roover liet nijdig de tanden zien; toen de sterke gent op hem toezweefde, maakte hij zich klaar voor verdediging en aanval, maar reeds trof hem een krachtigen slag met den vleugel. Jankend sprong de vos in de hoogte om den tegen-

l) ..Dier en Mensch" uitgave AE. E. Kluwer, Deventer. Vertaling "Lampe".

) Het geluid van snippen, het geluid van herten.

Sluiten