Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een bruid in het komende voorjaar niet weer verjaagd te worden.

Nevelflarden zweefden over de vlakte. De trappen trokken overal door de steppe, streken over groote rivieren Zuidwaarts, kwamen weer op hun oude aasplaatsen terug, maar bleven nergens lang, want het slechte zicht maakte ze bevreesd en wantrouwend tegen alles. Alle koppels, die daar des zomers in het veld hadden gehuisd, verzamelden zich tot groote scharen, zetten geregeld wachtposten uit, vooral des nachts; want, gekomen uit de moerassige bosschen bij de rivieren, doorkruisten sterke roodbruine wolven de steppe, slopen in donkere nachten om hen heen en maakten er vele buit. Ook de zee-arend was een groot gevaar voor de trappen, want in de velden was geen dekking meer en in het berijpte gras onderscheidde hij ze reeds van onmetelijke hoogte.

Toen viel er sneeuw. Stormen loeiden over het vlakke land. Dikwijls lagen de ganzen dagen lang ingewoeld achter een plek, waar de sneeuw opgewaaid was; dan zochten ze een tarwe- of koolzaad-veld op, waarvan de groene halmen gedeeltelijk bloot waren gewaaid en aasden daar. Met haar fijne zintuigen voorvoelden ze iedere weersverandering trokken naar streken, waar zware wolken laag hingen, de lucht zachter was en dooi beloofde. Eens ontdekten ze dicht bij een rivier een leegen groente-akker, waar het wemelde van muizen en daarmee mestten ze zich vet, in gezelschap van valken en buizerds. Zoo kwamen ze de barre maanden door, zonder dat te velen aan roofdieren of honger ten prooi vielen.

In Februari trad nog eens een koude periode in,

Sluiten