Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ging den oude te lijf. Deze ontweek hem met een zegevierend blazen, want daarop juist had hij gewacht om den tegenstander aan te pakken en hem tegen den grond te krijgen. Dit gelukte veel gemakkelijker dan hij gedacht had. Na een paar felle vleugelslagen stortte de nieuweling plotseling neer, gleed schuin op den grond, de vleugels uitgespreid, kop en hals plat in het gras gedrukt, met alle teekenen van machteloosheid.

De oude trap beschreef een kring boven den overwonnene. Grootmoedig zag hij ervan af, den verslagene met een paar snavelhouwen op den kop af te maken, want die zou hem de hennen niet meer betwisten. Hij zwenkte af en streek op het veld neer om een beetje uit te rusten, voor hij naar de hennen terugkeerde.

Maar hoe verbaasd stond hij te kijken, toen hij daar slechts één der hennen vond. Heel in de verte zag hij den schijnbaar overwonnene met de andere hen wegtrekken. Deze had hem beetgenomen. Het was maar bedrog geweest, dat hij zich gewonnen had gegeven. Hij had hem nog kunnen inhalen, maar dit was geen waardig tegenstander. Die plaatste tegenover zijn kracht slechts list, welke alleen tegen een gevaarlijken, sterkeren vijand geoorloofd was, maar niet tegenover een soortgenoot in open

strijd.

De oude, sterke haan keerde zich om, schudde verontwaardigd zijn veeren, alsof hij zich wilde reinigen van de verachtelijke aanraking van een tegenstander, die alleen maar gemeene list tegen°ver zijn kracht wist te stellen.

Sluiten