Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat zij in het oog konden houden tot de groote troep voortgegaan was en het aan zijn lot zou hebben overgelaten. Maar de groote grijze boschwolven deden ze de eer aan, meer aandacht aan hen te schenken. Sterk genoeg om alleen een éénjarig kalf te overweldigen, beloerden hen de moeders voortdurend met woeste en angstige oogen en dwongen hen op een afstand te blijven. Hun prooi waren de afgedwaalden, oud of jong, en soms een gewonde stier, die in het tweegevecht het onderspit had gedolven en die, verzwakt door bloedverlies, uit de kudde was gestooten. Zij dwaalden rond in kleine groepjes van twee of drie, zwierven in stilte rond, steeds op de loer, en bleven aan de zijden der kudde loopen of zochten hun weg over het groote, stuk getrapte, kaal gevreten spoor.

Aan den buitenkant van den rechtschen of westelijken vleugel van den loeienden troep ging een kleine, aaneengesloten kudde, die met opmerkelijke vasthoudendheid bijeen bleef. Ze bestond uit een dozijn wijfjes met hun kalveren en éénjarigen en twee volwassen stieren, waarvan één — de jongste met de minst zware manen — zich bescheiden in de achterhoede hield en de drukke maar ondergeschikte positie van een soort van staf-sergeant scheen te bekleeden. De andere was een geweldig groote stier, met een prachtigen leeuwenkop en met een waakzamen, achterdochtigen blik in zijn oogen, die sterk afstak bij den somber starenden kijk zijner makkers. Hij bezat de wijsheid, die hij geleerd had in heel wat landverhuizingen, rijk aan gebeurtenissen, en hij leidde zijn troepje op eigenmachtige wijze, daar hij, in hoofdzaak, zeker was van wat het best voor ze zijn zou. Maar juist van één ding scheen hij niet zoo heel zeker te zijn. Hij scheen te aarzelen om-

Sluiten