Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had half en half lust zijn kudde weg te leiden van den grooten troep en stilletjes terug te gaan naar de lage, begroeide heuvels, vanwaar ze gekomen waren. Toen, hetzij hij zich de ruwe winters van het Noorden herinnerde, of dat de nabijheid van den troep vat had op zijn tot zwerven geneigd hart, ging die opwelling voorbij. Inplaats van den troep te verlaten, leidde hij zijn kudde van den heuvel af en schoof ze in een open ruimte tusschen andere troepjes in.

Bruine Stier was hier beslist een indringer. Maar in plaats van een gevecht, of eigenlijk een serie van gevechten uit te lokken, vergenoegde hij zich ermee zijn bescheiden plaatsje vastberaden, maar volstrekt niet uitdagend, in te nemen. Zijn machtige gestalte en woest, vastberaden voorkomen maakte, dat de dichtstbij zijnde stieren weinig lust hadden met den indringer te gaan vechten. Langzamerhand schoven de kudden telkens een eindje verder opzij, zonder dat ze 't zelf merkten, alleen op eigen gemak bedacht. Bruine Stier zijnerzijds drong even langzaam en ongemerkt steeds verder door tot hij ten slotte, na eenige uren van sluw gemanoeuvreer, zijn volgers zoowat vier of vijf honderd el van de bedreigde vleugels had afgeleid en een plaatsje voor ze had veroverd dicht bij den kop van den troep waar de Weiden nog frisch en niet vertrapt waren.

Öe Indianen kwamen aanrennen op hun wilde Paardjes tot ze vlak bij de buitenranden van den troep waren, waar ze op hun dooie gemak hun slachtoffers uitzochten. Daar ze doodden voor voedsel en niet uit liefhebberij, kozen ze alleen jonge Wijfjes die er wel doorvoed uitzagen; ook al omdat ze te zuinig waren op hun kruit om meer te schieten dan noodig was. Eenige uren bleven ze zoo

Sluiten