Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dachten ze eraan, dat de voorttrekkende kudden met verlangen verbeid werden door andere Indianenstammen meer naar het Zuiden, die voor hun levensonderhoud voornamelijk op den bison aangewezen waren. Dat gaf ze een ingeving. „Laten we dat roode ontuig eens 'n lesje geven! Als we die buffels hier totaal verdelgen, nu, meteen, dan verhongeren de Roodhuiden en dan zijn wij ze hier in het land voor goed kwijt!"

Maar wat ze ook deden om hun menschlievende bedoeling ten uitvoer te brengen en niettegenstaande hun slachtingen op beide vleugels, bleef de vastaaneengesloten kern van den troep ongeschokt en vervolgde onverzettelijk zijn weg naar het Zuiden. Het begon er naar uit te zien alsof, het noodlot ten spijt, toch nog een talrijk overblijfsel van den eens zoo grooten troep zich een weg zou banen naar het golvende land, onveilig gemaakt door vijandelijke Indianenstammen, waarheen de blanke jagers ze niet dorsten volgen. Daarom besloten ze den trek naar het Zuiden te stuiten, door de horde in kleine troepjes te verdeelen en deze heren derwaarts te verspreiden, waardoor hun de drang om gezamenlijk op te trekken werd ontnomen en het den mannen mogelijk was ze later op hun gemak te verdelgen. Deze mannen kenden den bison en zijn onuitroeibare gewoonten. Zij plaatsten zich in groepjes van drie en vier op hun ponies, vlak voor den weg van den naderenden troep.

Aan de vleugels lette men niet veel op ze. Maar in de eerste rijen wekte het zien hunner onbewegelijke gestalten een toomelooze woede op bij de aanvoerders. Zij stampten op den grond, snoven luid de lucht door hun neusgaten en snelden met ge-

Sluiten