Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem, het onbekende gevaar was, dat gedurende den geheelen langen opmarsch zijn hart had doen beven.

Op dit oogenblik echter beefde zijn hart niet en de traditie zijner voorvaderen, die hem drong om blindelings zijn voorloopers te volgen, werd daar met één ruk en voor goed uitgerukt. Hij ging niet op zij, maar rende lijnrecht op de verbaasde ruiters toe; zijn eigen kudde liep hem vol vertrouwen achterna; en zooals steeds volgden allen die achter ze kwamen blindelings.

De drie blanken draaiden om ten einde dien stroom des doods te ontgaan. Maar Bruine Stier trof de pony van den aanvoerder in de zijde, scheurde die open, wierp de lichamen neer en stampte er over heen, zoodat deze binnen enkele seconden nauwelijks te onderscheiden waren van de aarde waartoe ze zoo plotseling en op zoo ontzettende wijze waren wedergekeerd. Van de beide andere mannen ontsnapte een, doordat zijn pony eerder bang geworden was dan zijn meester en tijdig was omgekeerd. De derde werd ingehaald doordat een wijfje, dat hij gewond had in haar val, juist zijn pad versperde en hij en zijn pony kwamen tegelijk met haar om onder de hoeven der door Bruinen Stier geleide kudde.

Bruine Stier had geen juist begrip van zijn overwinning, als hij zich er al van bewust was. Maar hij begreep wel dat het gevreesde noodlot den troep had overvallen en dat de troep als zoodanig niet meer bestond. Hij bleef doorloopen met zijn langen, loggen galop, tot hij zijn kudde weggevoerd had van de verspreide overblijfselen van den troep, die hij doelloos heen en weer zag rennen, terwijl de slachters ze als wolven bleven najagen.

Sluiten